Vondst (vermoedelijk) quarantaine organisme

 

Indien het KCB bij een inspectie een vermoedelijk quarantaine organisme aantreft, stuurt de inspecteur een monster op naar het Nationaal Referentie Laboratorium (NRL) van de PD. De inspecteur legt de partij vast; het bedrijf moet de partij volgens de daarvoor geldende eisen van de PD (www.minlnv.nl/pd) opslaan, om verspreiding van het organisme te voorkomen. Per monster berekent het KCB de kosten door, zoals opgenomen in het overzicht ‘tarieven KCB vanaf 1 mei 2008’. Vanaf 1 januari 2009 gelden er nieuwe tarieven die zijn opgenomen in het tarievenoverzicht "tarieven vanaf 1 januari 2009"

 

Het NRL van de PD stelt vast of er sprake is van een quarantaine organisme. Is dit niet het geval, dan geeft het KCB de partij fytosanitair vrij.

 

Is er sprake van een quarantaine organisme, dan zijn aanvullende maatregelen van kracht om verspreiding van het organisme binnen en/of buiten de EU te voorkomen. Het KCB zal het bedrijf altijd direct telefonisch informeren over de uitslag van het monster. Afhankelijk van het fytosanitaire risico van het betreffende quarantaine organisme zorgt het KCB of de PD voor de uitvoering van de afhandeling van de maatregel. Het bedrijf ontvangt een zogenaamde aanzeggingsbrief, waarmee het over de aard van de vondst en de afhandeling daarvan wordt geďnformeerd. De maatregel kan zijn: vernietigen van de partij, buiten de EU brengen van de partij, retourneren van de partij of doorvoer. Dit moet het bedrijf invullen op het formulier welke binnenkort hier te zien is. Het bedrijf mag de maatregel alleen uitvoeren, nadat toestemming is verleend door resp. het KCB of de PD.